juli 2026

De vijf fasen van rouw: waarom dit beroemde model niet meer van deze tijd is

Wie na een verlies gaat zoeken naar houvast, komt ze vrijwel meteen tegen: de vijf fasen van rouw. Ontkenning, woede, marchanderen, depressie en aanvaarding. Het model van Elisabeth Kübler-Ross is misschien wel de bekendste theorie over rouw die er bestaat. Het duikt op in films, in tijdschriften, in goedbedoelde adviezen van vrienden. En regelmatig vraagt iemand zich af: doe ik het wel goed? Ik zit nog steeds niet in de aanvaarding.

Laat ik het maar meteen zeggen: je kunt rouw niet fout doen. En het model van de vijf fasen, hoe waardevol het ooit was, verdient een flinke kanttekening. In dit stuk vertel ik waar het vandaan komt, waarom het zo hardnekkig is, en wat we inmiddels beter weten.

Waar de vijf fasen vandaan komen

Hier begint al iets opvallends. De vijf fasen van rouw waren oorspronkelijk helemaal niet bedoeld voor rouwenden.

Elisabeth Kübler-Ross was een Zwitsers-Amerikaanse psychiater die in de jaren zestig iets deed wat toen hoogst ongebruikelijk was: ze ging praten met stervende mensen. Echt praten. In een tijd waarin artsen de diagnose soms niet eens aan de patiënt zelf vertelden, zette zij de deur open naar het gesprek over de dood. Haar boek On Death and Dying uit 1969 was gebaseerd op honderden gesprekken met terminale patiënten. De vijf fasen beschreven hoe stervenden omgaan met hun eigen naderende dood.

Alleen al daarvoor verdient ze blijvende dank. Kübler-Ross heeft het gesprek over sterven uit de taboesfeer gehaald, en iedereen die vandaag dit werk doet, ook ik, staat op haar schouders.

Pas later werden de fasen ook toegepast op mensen die een dierbare verliezen. Kübler-Ross deed dat zelf, samen met David Kessler, in haar laatste boek On Grief and Grieving uit 2005. Zo groeide een model over sterven uit tot hét model over rouw.

Waar het misging

Het probleem zit niet zozeer in de fasen zelf. Ontkenning, woede, onderhandelen, somberheid en aanvaarding zijn stuk voor stuk herkenbare gezichten van rouw. Wie een groot verlies draagt, zal ze waarschijnlijk allemaal weleens in de ogen kijken.

Het probleem zit in dat ene woord: fasen. Dat woord suggereert een route. Een begin, een volgorde, een eindpunt. Alsof rouw een trap is die je afdaalt, tree voor tree, om onderaan aan te komen bij de aanvaarding, waar het verdriet klaar is.

Zo werkt het niet. Wie rouwt, weet dat uit ervaring. De woede kan terugkomen als je dacht dat je haar voorbij was. De somberheid kan jaren later onaangekondigd op de stoep staan, bij een geur, een liedje, een lege stoel op een verjaardag. En soms is er, midden in de zwaarste weken, ineens een moment van lichtheid en dankbaarheid. Rouw houdt zich niet aan een volgorde. Het komt in golven.

Het wrange is: Kübler-Ross wist dat zelf ook. Aan het einde van haar leven schreef ze dat de fasen nooit bedoeld waren als een keurige, rechte route, en dat ze betreurde hoe haar model werd misverstaan. De vijf fasen waren beschrijvingen, geen voorschrift. De wereld maakte er een afvinklijstje van.

Waarom dat schadelijk kan zijn

Je zou kunnen zeggen: wat maakt het uit, het is maar een model. Maar zo’n model doet iets met mensen die rouwen.

Wie gelooft dat rouw in vijf fasen verloopt, gaat zichzelf de maat nemen. Ik zou nu toch verder moeten zijn. Waarom ben ik nog boos? Mijn zus huilt veel meer dan ik, rouw ik wel echt? Bovenop het verdriet komt dan een tweede last: het oordeel over het eigen verdriet. En dat is een last die nergens voor nodig is.

Ook de omgeving doet er soms aan mee, met de beste bedoelingen. Je moet het toch een keer gaan aanvaarden. Het is nu een jaar geleden, je mag wel weer eens vooruitkijken. Het zijn zinnen die rouwenden diep kunnen raken, juist omdat ze suggereren dat er een klok meeloopt. Die klok bestaat niet.

Wat we inmiddels wél weten

Het onderzoek naar rouw heeft sinds de jaren zestig niet stilgestaan. Twee inzichten vind ik zelf het meest waardevol, en ze verdienen ieder een eigen verhaal op deze plek.

Het eerste is het duale procesmodel van de Utrechtse onderzoekers Margaret Stroebe en Henk Schut. Zij lieten zien dat gezonde rouw heen en weer beweegt tussen twee kanten: momenten waarin je het verlies aankijkt, en momenten waarin je het leven weer oppakt. Juist dat pendelen is gezond. De lach op de verjaardag is geen verraad aan je verdriet; het is ademhaling.

Het tweede inzicht heet continuing bonds: de blijvende band. Lang dachten we dat rouwen betekende dat je moest loslaten, de band met de overledene stap voor stap ontbinden, zodat je verder kon. Inmiddels weten we dat de band helemaal niet hoeft te verdwijnen. Zij verandert van vorm. Wie in gedachten nog praat met een overleden ouder, wie een ring draagt of op de sterfdag een kaars aansteekt, doet het niet fout. Die houdt een relatie levend die er nog altijd is, alleen anders.

En misschien is dit nog wel het belangrijkste: ik weet niet of rouw ooit helemaal verdwijnt. Ik geloof eerder dat rouw onderdeel van je leven wordt. Door wat er gebeurd is, ontwikkel jij je als mens. Jij wordt groter, en de rouw wordt gevoelsmatig kleiner. Niet omdat het verlies krimpt, maar omdat jouw leven eromheen groeit.

Niemand rouwt fout

Mocht je dus ergens onderweg de vijf fasen tegenkomen, neem ze dan voor wat ze zijn: vijf herkenbare gezichten van verdriet, beschreven door een vrouw die het gesprek over de dood heeft opengebroken. Maar zie ze niet als een route die je moet afleggen, en al helemaal niet als een toets die je kunt halen of zakken.

Rouw is niet lineair. Het komt in golven, op verwachte en volstrekt onverwachte momenten. Het vraagt geen schema, maar ruimte. Ruimte voor verdriet, voor boosheid, voor schuldgevoel, voor opluchting, en voor de lach die er soms ineens toch is.

Loop je vast in je verlies, of wil je er eenvoudigweg eens over spreken met iemand van buiten je vaste kring? Je bent welkom. We beginnen altijd met een vrijblijvende kennismaking, telefonisch of bij een kop thee. Je hoeft niet te weten wat je nodig hebt om contact op te nemen. Dat zoeken we samen uit.

← Terug naar alle schrijfsels