
Er zijn mensen die het bijna fluisterend vertellen, alsof ze iets bekennen. Ik praat nog steeds tegen hem. Ik vraag haar soms om raad. Ik draag zijn trui als ik het moeilijk heb. En dan de vraag die er vrijwel altijd achteraan komt: is dat raar?
Het antwoord is: nee. Het is niet raar. Het is misschien wel het meest natuurlijke wat een mens kan doen na een verlies. En sinds een aantal decennia zegt ook het rouwonderzoek dat hardop. Het inzicht heet continuing bonds, de blijvende band, en het heeft onze kijk op rouw wezenlijk veranderd.
Om te begrijpen wat er veranderd is, moeten we even terug in de tijd. Ruim een eeuw lang, grofweg vanaf Freud, gold in de westerse psychologie een duidelijk idee over rouw: rouwen was het werk van losmaken. De emotionele band met de overledene moest stap voor stap worden ontbonden, zodat er ruimte kwam om verder te leven. Wie bleef praten tegen een foto, wie de band voelbaar in stand hield, liep het risico het etiket onverwerkte rouw te krijgen.
Loslaten werd zo een opdracht. Afscheid nemen betekende: de deur dichtdoen.
Veel rouwenden hebben onder dat idee geleden. Want wat als je helemaal niet wílt loslaten? Wat als de liefde gewoon doorgaat, ook nu de ander er niet meer is? Dan leek er iets mis met je, terwijl er in werkelijkheid iets heel zuivers aan de hand was: je bleef liefhebben.
In 1996 verscheen een boek dat het roer omgooide: Continuing Bonds van Dennis Klass, Phyllis Silverman en Steven Nickman. Op basis van onderzoek onder rouwenden, van kinderen die een ouder verloren tot weduwen en weduwnaars, stelden zij vast wat rouwenden zelf eigenlijk altijd al wisten: de band met de overledene houdt niet op. Zij verandert van vorm.
Mensen blijven een relatie onderhouden met wie zij verloren. Ze praten in gedachten met hun overleden partner. Ze vragen zich bij een moeilijke beslissing af wat vader gezegd zou hebben. Ze dragen een ring, steken op de sterfdag een kaars aan, bezoeken een plek die van hen samen was. En dat alles is geen teken van vastzitten, maar de gewone, vaak levenslange voortzetting van een relatie in een nieuwe vorm.
Veel culturen hebben dit overigens nooit anders geweten. In Japan krijgt de overledene een plek in het huisaltaar en blijft zo deel van het gezin. In Mexico dekt men op de Día de los Muertos de tafel voor wie gestorven is. Alleen in onze westerse, moderne kijk op rouw was de blijvende band een tijdlang verdacht geworden. Het onderzoek naar continuing bonds heeft haar in ere hersteld.
Tot zover de wetenschap. Ik wil er iets persoonlijks naast leggen, omdat mijn eigen overtuiging hier nog een stap verder gaat.
Ik geloof dat de band met wie ons voorging niet alleen in onze herinnering voortleeft, maar dat er werkelijk sprake is van een verbinding die twee kanten op werkt. Een relatie die doorgaat, over de drempel heen. De psychologe Iris Paxino schreef er een boek over dat mij zeer dierbaar is, Bruggen tussen leven en dood, en ook in het werk van Hans Stolp klinkt dit door: de gedachte dat wie gestorven is een eigen weg vervolgt, en dat het eren en erkennen van de band goed is voor beide kanten. Voor wie hier verder leeft, én voor wie is overgegaan.
Je hoeft dat niet te geloven om bij mij welkom te zijn; iedere levensovertuiging is dat. Maar ik weet van binnenuit hoe troostend het kan zijn wanneer de band er gewoon mag zijn. Wanneer het gesprek met de overledene niet iets is om te verbergen, maar iets om te koesteren. Ik heb het zelf ervaren na het overlijden van mijn vader: de verbondenheid hield niet op. Zij werd stiller, en op een bepaalde manier zelfs helderder. Hij is nog altijd een kompas in mijn leven en in mijn werk.
Voor de volledigheid: een blijvende band kan ook knellen. Het verschil zit niet in de vraag óf je de band aanhoudt, maar in wat zij met je leven doet.
Een band die meebeweegt, steunt je. Zij groeit met je mee, geeft raad, geeft warmte, en laat tegelijk toe dat jouw leven verdergaat en nieuwe vormen vindt.
Een band die bevriest, zet het leven stil. De kamer die jaren onaangeroerd blijft, geen stap kunnen zetten uit trouw aan de dode, het gevoel dat verder leven verraad zou zijn. Ook dan is er niets mis met je, maar het kan helpen wanneer iemand met je meekijkt naar de vraag hoe de band anders gedragen kan worden. Zodat zij weer een bron wordt in plaats van een gewicht.
De vraag waar het in de begeleiding om draait, is dan ook niet: kun je hem al loslaten? Maar: hoe neem je hem mee? Dat is een wezenlijk ander gesprek. Het eerste vraagt om een afscheid dat veel mensen niet willen en niet hoeven nemen. Het tweede opent een weg waarop liefde en verder leven naast elkaar bestaan.
Als ik alles wat hierboven staat in één zin zou moeten vangen, dan deze: rouw is geen probleem dat opgelost moet worden. Het is liefde die een nieuwe vorm zoekt.
De band die jij voelt met wie je verloor, is geen restant dat opgeruimd moet worden. Zij is wat er van de liefde overblijft wanneer de vorm wegvalt, en zij mag een leven lang met je meereizen. Jouw taak is niet het doorknippen van die band. Jouw weg is er een vorm voor te vinden die draagt.
Wil je daar eens over spreken, omdat je verlies vers is, of juist omdat het al jaren met je meegaat? Je bent welkom. We beginnen altijd met een vrijblijvende kennismaking, telefonisch of bij een kop thee. Je hoeft niet te weten wat je nodig hebt om contact op te nemen; dat zoeken we samen uit.